RCT verklaring

 

Toelichting van de analyselijsten

Wanneer men een artikel evalueert, krijgt men al snel een idee of het een goed of slecht artikel is. Deze vragenlijst ofwel checklist kan een goede leidraad zijn voor het analyseren van een artikel. De checklist bevat specifieke vragen over elementen die belangrijk zijn voor de waarde van het artikel. Daardoor wordt de analyse ook kwalitatief beter en is het op waarde te schatten.

Hieronder worden de vragen uit de checklist toegelicht.

 

Randomised Control Trial

1) Relevante aanleiding voor het onderzoek?

    Heeft de aanleiding voor dit onderzoek een wetenschappelijke of maatschappelijke achtergrond?

2) Literatuurverwijzing?

    Zijn er literatuurverwijzingen die de aanleiding ondersteunen?

3) Probleem of vraagstelling duidelijk te herkennen?

    Is de probleem/vraagstelling duidelijk te formuleren? Meestal wordt deze geformuleerd in de inleiding.

4) Voldoende informatie over de onderzoeksgroepen?

    Worden de onderzoeksgroepen voldoende omschreven met hun relevante gegevens zodat de samenstelling door andere onderzoekers herhaald kunnen worden?

5) Duidelijke onafhankelijke variabele?

    Is de interventie duidelijk uitgelegd of omschreven?

6) Duidelijke afhankelijke variabele (AV)?

    Is de outcome, wat er gemeten wordt, duidelijk?

7) Voldoende informatie over de tijdsaspecten?

    Hierbij valt te denken aan looptijd van het onderzoek, tijdstip van de meetmomenten, duur en frequentie van de behandelingen of testen.

8) Voldoende informatie over het meetinstrument?

    Is de beschrijving duidelijk van het instrument waarmee de AV bepaald wordt?

9) Voldoende informatie over de gebruikte materialen?

    Zijn de gebruikte materialen waarmee de testen of de interventie mee uitgevoerd worden voldoende omschreven? Een andere onderzoeker moet het onderzoek kunnen herhalen.

10) Worden de alpha-waarden en betrouwbaarheids intervallen vermeld?

    Zijn de significantie en/of betrouwbaarheids intervallen vermeld? De significantiegrens wordt aangegeven met een alpha-waarde. Met deze waarde wordt aangegeven hoe groot de kans is dat het resultaat op toeval berust. Deze waarde ligt bij medische onderzoeken meestal op 5% (oftewel 0.05). Mocht het onderzoek gaan over leven of dood , dan ligt het op 1% (oftewel 0.01). Het meest gebruikte betrouwbaarheidsinterval is 95%. Dat betekend een kans van 95% dat de geschatte waarde binnen het interval ligt. Deze waarden worden meestal in de analyse vermeld.

11) Is selectie bias uit te sluiten?

    Bias betekent vertekening. Onder selectie bias wordt verstaan of er een vertekening kan ontstaan in de resultaten door een mogelijke fout bij het selecteren van de onderzoeksgroep. 

12) Is bias uit te sluiten ten gevolge van tijdsaspecten?

    Als de groepen die vergeleken worden op verschillende tijdstippen gemeten worden kan dit een eventuele bias veroorzaken.

13) Gewenste randomisering?

    Is de toewijzing van de interventie ad random

14) Gewenste blindering?

    Heeft de gewenste blindering plaatsgevonden? Zijn de patiënten, onderzoekers of beoordelaars geblindeerd.

15) Zijn de groepen gelijk behandelt?

    Zijn de groepen, interventiegroep en controle groep gelijk behandeld?

16) Is de onderzoeksopzet optimaal voor de vraagstelling?

    Is de onderzoeksopzet treu-, quasi- of pre-experimenteel en past dit optimaal bij de vraagstelling?

    (treu = voor- en nameting/controle groep/randomisering/blindering)

    (quasi = voor- en nameting/controle groep)

    (pre-experimenteel = geen van de vooraf gestelde eisen noodzakelijk)

17) Is het meetinstrument betrouwbaar?

    Word de betrouwbaarheid van het meetinstrument vermeld? Wordt er hiervoor een literatuurverwijzing of onderzoeksresultaten gegeven?

18) Gewenste instrument voor het bepalen van de AV?

    Meet het instrument wel datgene wat je wil meten? Is het in dit geval het juiste instrument?

19) Zijn de resultaten een duidelijke weergave van de AV uit de vraagstelling?

    Zijn de resultaten duidelijk en volledig weergegeven?

20) Zijn de groepen vergelijkbaar?

    Zijn de groepen aan het begin van het onderzoek vergelijkbaar, afgezien van de onafhankelijke variabele(n)?

21) Zijn de statistische waarden en analyse vermeld?

    Is er een inhoudelijke weergave van de resultaten vermeld? Te denken valt aan de p-waarden en de grenzen van de betrouwbaarheids intervallen. 

22) Bias ten gevolge van uitval uit te sluiten?

    Geen of gelijke uitval van proefpersonen. Als er uitval is zijn deze goed beschreven wat betreft de reden daarvan?

23) Zijn de resultaten klinisch relevant?

    Zijn de wel of niet significante verschillen die gevonden zijn wel klinisch relevant? Heeft het een meerwaarde voorde doelstelling? (Effect size>0.5)

24) Worden de conclusies door ander onderzoek ondersteund?

    Worden er andere 0onderzoeken vermeld?

25) Zijn de conclusies voor de beroepsgroep relevant?

    Kunnen we de conclusies gebruiken in het werkveld?

 

Totale indruk:

Is het onderzoek reproduceerbaar?

Hiermee wordt een oordeel gegeven of het onderzoek door andere onderzoekers gereproduceerd kan worden.

Tags: